Accès facile aux principaux mots et expressions du dictionnaire Néerlandais-Français Reverso

Notre dictionnaire néerlandais-français en ligne contient des milliers de mots et expressions. Il combine le contenu des dictionnaires K Dictionaries et des traductions proposées par nos utilisateurs. La richesse et la structure de notre dictionnaire, avec ses traductions dans le contexte, ses exemples et synonymes, vous aident à vous repérer dans la jungle des mots en néerlandais et français et à choisir le mot juste pour communiquer en néerlandais ou français.

Consultation du dictionnaire:
Ceci est un extrait du dictionnaire. Cliquez sur une entrée pour en voir la traduction.
berucht berusten in berusten op bes beschaafd
beschaamd beschadigen beschadiging beschamen beschamend
beschaving bescheiden beschermen bescherming beschieten
beschikbaar beschikken over beschouwen beschouwing beschrijven
beschrijving beschuit beschuit met muisjes beschuldigen beschuldiging
beschut besef beseffen beslaan beslag leggen op het salaris
beslissen beslissend beslissing beslist besloten
besloten vennootschap besluit besluiten besmettelijk besmetten
besmetting besnijden Bespaar me je sarcasme. besparen bespelen
bespeuren bespiegeling bespottelijk bespreekbaar bespreken
bespreking bestaan uit bestand tegen bestanddeel besteden aan
bestek bestel bestelformulier bestellen bestelling
bestelwagen bestemmen voor bestemming bestoken met bestraling
bestrijden bestrijdingsmiddel bestrijken bestseller bestuderen
besturen bestuurder bestwil betaalbaar betaling
betekenen betekenis Beter een half ei dan een lege dop. beterschap beteuterd
betichten betoging beton betonnen betoog
betoverend betrappen betreffen betrekkelijk betrekken bij
betrekking betreuren betreurenswaardig betrokken betrokkene
betrouwbaar betuigen betwijfelen betwisten beu
beugel beuken beul beurs beurt
bevallen bevalling bevallingsverlof bevatten beveiligen
beveiliging bevel bevelen beven bevestigen
bevestigend bevestiging bevinden bevlieging bevlogen
bevoegd bevoegdheid bevolken bevolking bevolkingsgroep
bevorderen bevredigen bevredigend bevriend bevriezen
bevrijden bevrijding bewaken bewapenen bewaren
bewaring beweeglijk beweegredenen bewegen bewegen tot
beweren bewering bewerken bewerking bewerkstelligen
bewijs bewijzen bewind bewindspersoon bewogen
bewolkt bewonderaar bewonderen bewonderenswaardig bewondering
bewonen bewoner bewoordingen bewust bewusteloos
bewustzijn bezaaid met bezadigd bezem bezeren
bezet bezeten bezetten bezetting bezichtigen
bezien bezienswaardigheid bezig bezigheid bezighouden
bezighouden met bezinnen Bezint eer gij begint. bezit bezittelijk
bezittelijk voornaamwoord bezitten bezitterig bezitting bezoek
bezoeken bezoeker bezorgd bezorgen bezuinigen
bezwaar bezwaarschrift bezweren bezwijken bibberen
bibliotheek bidden biechten biefstuk bier
bierkaai bies biet bij buien bij de les blijven
Bij die herinnering, verbleken alle andere vakanties. bij elkaar horen bij elkaar scharrelen bij elkaar schrapen bij herhaling
bij het minste of geringste bij het vallen van de avond bij het volle bewustzijn bij hoog en bij laag bij iemand de deur platlopen
bij iemand onder de plak zitten bij iemand uit de gratie raken bij Koninklijk Besluit bij nader inzien bij tijd en wijle
bij uitstek bij voorbaat bij voorkeur bij wijze van spreken bij zijn mening blijven
bijbaantje bijbel bijbrengen bijdehand bijdrage
bijdragen bijeen bijeenkomst bijgebouw bijgeloof
bijgelovig bijhouden bijkeuken bijklussen bijkomstigheid
bijl bijlage bijles bijna bijnaam
bijpraten bijsluiter bijstaan bijstand bijstandsmoeder
bijstellen bijster bijtijds bijvoorbeeld bijwerking
bijwonen bijwoord bijwoordelijke bepaling bijzaak


Previous - Next

Copyright "K Dictionaries"